In onze gedachten vullen we veel voor elkaar in

In onze gedachten vullen we veel voor elkaar in. We verzinnen verhalen, redenen, meningen om bepaalde opmerkingen heen of plaatsen gedrag in een bepaald hokje. Soms blijkt achteraf dat we dit helemaal fout hebben gedaan. Toets jij je aannames wel eens?

Iedereen herkent ongetwijfeld één van deze gedachten:

‘Mijn collega’s denken nu vast dat ik niet hard werk’ als je om half 6 de deur uit loopt en er wordt naar je gezwaaid terwijl iemand verbaasd naar je kijkt.

‘Hij vindt mij vast niet capabel als ik dit vraag’ als je twijfelt om de vraag te stellen in een overleg.

‘Pfff, deze klus moet ik óók nog vandaag doen’ als je een mail krijgt van een collega of je iets wil oppakken.

Zonder dat je iets met deze gedachten doet blijven ze rondspoken in je hoofd. Je voelt je schuldig en neemt je voor om de volgende dag extra lang te blijven. Je blijft stil in het overleg met als gevolg dat je het gesprek erna minder goed begrijpt of, nog erger, je collega’s niet worden gewezen op een belangrijke denkfout. Je blijft twee uur langer op kantoor en stuurt ‘s avonds het stuk naar je collega. Reactie volgt de dag erna rond het middaguur: ‘Dankjewel ik kijk er morgen naar en koppel terug’. Het irritatielampje in je hoofd springt aan want als je dát geweten had, had je het gewoon vanmiddag kunnen doen.

Invullen
Mensen gaan bij gebrek aan gegevens altijd verhalen verzinnen. Zo zitten we gewoon in elkaar. Het is dus heel menselijk om dit te doen. Dit betekent echter niet dat het de meest handige aanpak is. Je praat jezelf een vervelend gevoel aan. Je vult de mening van anderen over jou in, en handelt, bewust of onbewust, de volgende keer met deze mening in je achterhoofd. Of je irriteert je sneller aan een collega terwijl diegene zich van geen kwaad bewust is.

Soms heb je niet eens door dat je het zelf invult. Voor jou is het normaal om deze aanname te maken. Dit komt doordat je bijvoorbeeld vaker deze ervaring hebt gehad. Of omdat je zelf zo zou denken, of dat je op dat vlak onzeker bent en daardoor iets te vaak van het slechtste uitgaat.

Wat je anders kunt doen
De eerste stap hierin is herkennen wanneer je iets invult. Ga goed na of je zeker weet of iemand zo over je denkt of dat het alleen maar logisch klinkt. Juist bij situaties die bij jou een reactie oproepen zoals irritatie, boosheid, onzekerheid of teleurstelling, moet je hier goed over nadenken.

Het is handig om af en toe eens na te gaan of de aannames die je maakt wel kloppen. Dat kan heel simpel. Loop gewoon even binnen en vertel hoe jouw ervaring van de situatie was en hoe je het heb geïnterpreteerd. Vraag, dubbelcheck of spreek je aannames gewoon uit, bijvoorbeeld: ‘Met het risico dat jullie denken dat ik er weinig van snap…’ of ‘is het goed als ik dit morgen naar je stuur?’

Een ander voorbeeld: je hebt net een overleg gehad met een collega, en hij was heel kortaf, bijna bot te noemen. Hij maakt niet echt duidelijk of dit is wat hij voor ogen had. Jij hebt enorm veel werk gestoken in deze slides maar kreeg door zijn reactie het gevoel dat hij er helemaal niet blij mee was. Je neemt je voor om nogmaals helemaal door het werk te gaan en aanpassingen te maken. In plaats van dat je dit direct doet, kan je beter even je collega aanschieten en zeggen: ‘in ons overleg van vanmorgen kreeg ik het idee dat je totaal niet blij was met mijn slides, en ik was eigenlijk van plan om er nog meer tijd in te steken maar wil toch even dubbelchecken of dit nodig is’. Zo voorkom je dat je te veel tijd kwijt bent aan iets wat misschien helemaal niet nodig is, en maak je collega bewust van zijn houding tijdens het overleg. Misschien had hij veel dingen tegelijk aan zijn hoofd, speelde er iets privé of had hij gewoon een rotdag. Ook zorgt het ervoor dat de irritaties tussen jullie worden opgeklaard.

In haar boek durf te leiden zegt Brené Brown aan dat zij haar eigen aannames en veronderstellingen toetst door de persoon aan te spreken, terugkomt op de situatie en erbij zegt ‘het verhaal dat ik verzin is: … ’ zodat dit een opening biedt om het erover te hebben.

Niet de makkelijke weg
Het is een stap, en het is makkelijker om het niet te doen. Daarom gebeurt het zo weinig. Het is ongemakkelijk en het voelt oncomfortabel om zo’n gesprek aan te gaan. Maar je leert er júist van door het wel te doen.

Mocht je nu denken: ‘zoiets kan je écht niet in ons team zeggen’, dan ontbreekt er binnen jouw team waarschijnlijk een veilige cultuur. Iets waar je als team aan kunt en moet werken. Bijvoorbeeld door te starten met een nulmeting en op die manier de samenwerking, gewoonten en gebruiken binnen jullie team bespreekbaar te maken.

Delen: